In de zomer van 1944, toen het Rode Leger al diep in Roemenië was doorgedrongen, werd de fascistische dictator Antonesca gearresteerd en terechtgesteld. Roemenië capituleerde en verklaarde zijn voormalige bondgenoot nazi-Duitsland de oorlog. Sovjetgeneraal Vinogravod eiste vervolgens in naam van Stalin alle in Roemenië wonende Duitsers op voor de wederopbouw van de door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog verwoeste Sovjet-Unie.
Alle Duitse mannen en vrouwen tussen zeventien en vijfenveertig jaar werden naar Russische werkkampen gedeporteerd om dwangarbeid te verrichten.
Geen enkele Roemeen werd graag aan die fascistische periode van zijn vaderlandse geschiedenis herinnerd, waardoor de deportaties lang een taboeonderwerp in de Roemeense maatschappij waren. Alleen binnen de eigen familie werd er soms over de kampjaren gesproken, maar slechts zelden sijpelde van die gesprekken iets naar buiten.





