
Vier jongeren kijken vanop het dak van een jongerenpension neer op de zondvloed die het stadje Torres in zijn macht heeft. Sinds de dijken het hebben begeven, na onophoudelijke regenval, zijn alle andere bewoners gevlucht of gestorven. Kennelijk onbewogen zet het viertal hun dagelijkse routine, die bestaat uit sex, alcohol en het roken van de nieuwe synthetische drug Ultra, verder.
Ultra speelt een belangrijke rol in het leven van de jongeren. Veelvuldig roken laat hen immers toe te 'splitsen', zodat ze een achterkamer in hun brein kunnen betreden, een parallel universum als het ware. Deze wakkere droomstaat verlamt de jongeren in hun dagelijkse bezigheden, zodat ze maar wat aanmodderen. Er is geen sprake van diepe emoties of sterke overtuigingen. Wanneer de leider van het viertal sterft, blijft de rest verdwaasd achter. De voedselvoorraad begint te slinken, zodat ze zich voor het eerst naar buiten moeten wagen. De stad dreigt langzaam te vergaan door het onophoudelijke regenen. Het besef groeit dat ze Torres moeten verlaten of samen met de stad ten onder zullen gaan.
Het uitgangspunt van de roman klinkt veelbelovend, maar het veelvuldig gebruik van Ultra werkt soms ook verlammend op de lezer. Sommige hoofdstukken zitten knap in elkaar; andere komen wat verwarrend over doordat je plots in twee tijdsintervallen zit te lezen. Ondanks de onderlinge intriges, blijven de meeste personages zielloos en bieden ze weinig ruimte voor reflectie. Vloed bevat de nodige spitsvondigheden, toch blijf ik met een gevoel zitten dat er meer had ingezeten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten