21 apr. 2014

Sylvain Tesson - Zes maanden in de Siberische wouden


Ik heb lang getwijfeld of ik dit prachtige boek wel op de blog zou plaatsen want een roman is het niet. Dit boek wordt omschreven als een journal intime, een dagboek. De verhalen, landschapsbeschrijvingen en filosofische mijmeringen zijn echter zo mooi dat ik ze niemand wil onthouden en dit boek dus wel degelijk met recht en reden zijn plaats op deze blog verdient.

Sylvain Tesson had een belangrijk doel in zijn leven : nog voor zijn veertigste wilde hij ervaren hoe het is om als kluizenaar te leven, diep in het bos. Hij besluit om zes maanden in een hut aan het Bajkalmeer in Siberië te gaan wonen. Het dichtstbijzijnde dorp ligt 150 km verderop, 's winters vriest het er tot -30° C en 's zomers lopen er beren rond. En toch blijkt het leven er prachtig te zijn en de taal die Tesson gebruikt evenzo. Met genoeg proviand, voldoende wodka en 60 boeken gaande van Franse filosofie, dagboeken van Casanova en Shakespeare tot Chinese poëzie hoopt hij er 6 maanden te overleven.

En dat Sylvain een filosoof is blijkt al snel wanneer hij Stendhal citeert : 'De kunst van de beschaving bestaat uit het combineren van de verfijndste genoegens met de voortdurende aanwezigheid van gevaar'; je moet in het leven laveren-daar gaat het om. De scheidslijn tussen tegenovergestelde werelden overschrijden. Balanceren tussen plezier en gevaar, niet vastroesten, maar steeds heen en weer bewegen tussen de twee uitersten van het hele scala van gewaarwordingen. 

In afzondering komen er beelden van familie en vrienden in hem op, raadselachtig hoe de geest werkt, gezichten die je opeens te binnen schieten. De eenzaamheid is een vaderland dat wordt bevolkt door de herinneringen aan anderen. Daaraan denken biedt troost tegen het gemis. 

Hij denkt na over het kluizenaarschap : 'Om je innerlijk vrij te voelen heb je ruimte in overvloed en eenzaamheid nodig. Andere noodzakelijke aspecten zijn vrij kunnen beschikken over je tijd, volledige stilte, een sober leven en een prachtige omgeving'. 'De kluizenaar aanvaardt dat hij geen enkele invloed meer heeft op het reilen en zeilen van de wereld, volstrekt niet meer meetelt in de keten van de causaliteiten. Zijn ideeën zullen de loop der dingen niet meer sturen, niemand beïnvloeden. Zijn daden doen er niet meer toe. Een bevrijdende gedachte ! En die loopt ook vooruit op het definitieve loslaten : wanneer je dood bent voor de wereld, voel je je vrijer dan ooit ! 'Hoe minder zijn leven een doel had, hoe meer zin het kreeg. Dat is de kluizenaar op het lijf geschreven.'

Een belangrijk deel van de tijd gaat naar de literatuur en Tesson verwijst er graag naar en citeert er tevens gul uit : 'Ik heb het met mijn eigen ogen gezien : begaafde, veelzijdige en vrijzinnige mensen die, zodra ze dertig waren, zich al kapotgelezen hadden, niet meer waren dan luciferhoutjes die je moet afstrijken om ze vonken, "gedachten" te laten afgeven. Wie dwangmatig leest, hoeft niet op pad te gaan in het woud van de meditatie op zoek naar open plekken. Boek na boek doe je niets meer dan de formulering van gedachten herkennen die je intuïtief al in jezelf koesterde. Lezen is niets anders dan ontdekken hoe ideeën worden verwoord die latent in jou aanwezig waren, of overeenkomsten tussen de werken van honderden schrijvers aan elkaar breien.'  (uit Ecce Homo van Nietzsche)

Hij citeert uit Het gouden paviljoen van Mishima : '...De manier waarop we in het leven staan, krijgt zin doordat we de herinnering aan een bepaald ogenblik koesteren en ons best doen om dat ogenblik eeuwig te laten duren...' Alles wat we ondernemen zou voortkomen uit een vluchtige, ongrijpbare ingeving. Het bestaan zou gebaseerd zijn op een fractie van een seconde. Zulke momenten waarop het bewustzijn een glimp van iets opvangt. Dat 'iets' doet zich nog niet voor of het is al weer verdwenen. Blindelings proberen we het terug te halen. We willen het opnieuw ervaren. De dagen staan in het teken van dit rondtasten. Het bestaan wordt een dwaaltocht. We gaan verder met een vlindernet in de hand, op zoek naar iets wat niet meer is. Die talloze malen hervatte en even vaak gedwarsboomde poging om die momenten opnieuw te beleven houdt ons op de been totdat de dood ons verlost van de obsessie om dat wat voorbij is terug te halen. Helaas kunnen we nooit twee keer in hetzelfde meer stappen.     

En zo gaat het onverminderd verder, heerlijke literatuur...en wellicht voor velen zo herkenbaar...

In 2011 kreeg Tesson er de Prix Médicis voor Essay voor.


L'ultime liberté, c'est de finir en cabane
  




    

Geen opmerkingen:

Een reactie posten