19 apr. 2014

Johan Harstad - Ambulance


















In de late zomer van 2001 begint Harstad aan de verhalen die uiteindelijk de bundel Ambulance zouden vormen. Op dat moment was het niet zijn bedoeling dat dit een bundel met korte verhalen zou worden. Het was zelfs helemaal niet zijn bedoeling om korte verhalen te schrijven. Hij vond dat hij op school te veel tijd verspilde om ze te analyseren en een bijkomend nadeel is dat ze te kort zijn. En net als het boeiend begint te worden is het verhaal opeens afgelopen. Het was een warme zomer in 2001 in Trondheim waar Harstad woonde en de temperatuur wilde maar niet dalen en hij kon 's nachts de slaap niet vatten en zat bij het open raam. Toen viel hem het geluid van voorbijrijdende ambulances op. Op dat ogenblik besluit Harstad te schrijven met geen ander plan, geen ander doel dan iets te schrijven over mensen die zichzelf en elkaar willen redden. Hij had net een krantenbericht gelezen over een vrouw in Oslo die al maanden dood was toen ze door ambulancepersoneel werd gevonden. Ze had zichzelf in plastic gewikkeld omdat ze niet wilde dat ze gevonden werd door de stank van haar rottende lijk. Dit verhaal betekende een keerpunt voor het hele boek.

Het eerste verhaal '112' gaat over een ambulancebroeder die zichzelf precies die vraag stelt : Waarom geven sommige mensen het gewoon op ? En toen kwamen de andere verhalen gewoon vanzelf. Een bijbelverkoper die op het vliegtuig naar Tokio stapt al heeft hij geen flauw benul wat hij daar te zoeken heeft en die ervoor zorgt dat het vliegtuig tijdens de landing neerstort. Een verhaal over een vluchteling uit Vietnam die haar herinneringen probeert te verwerken met een psychiater die eigenlijk zelf hulp zou moeten zoeken en over een man die zijn eigen kantoorgebouw opblaast zodat hij levend begraven kan worden en die in plaats van zijn mobieltje te gebruiken om om hulp te vragen, zijn Snake-record probeert te verbeteren. Het verhaal van een man die een waardeloze, uiterst dodelijke kopie van de originele airbag verkoopt, van een meisje dat zo mager is dat ze bijna doorzichtig is, van een jongen die niets anders wil dan zijn diploma reddend zwemmen halen zodat zijn rapport goed genoeg is om toegelaten te worden op de school waar zijn grote liefde ook naartoe gaat, een vader die zo dwangmatig is dat hij tot in detail heeft genoteerd wat hij het komende jaar moet doen, maar die vergeten is zich voor te bereiden op het verlies van zijn stervende vader, oude mensen die midden in de nacht tv zitten te kijken en via de telefoon jackpot spelen in een wanhopige poging te vergeten hoe eenzaam ze zijn, een student die eindelijk besluit zijn scriptie kunstgeschiedenis waar hij al jaren mee worstelt op te geven en tot slot de weduwnaar van 72 die zijn onlangs overleden vrouw zo erg mist dat hij zijn oude heteluchtballon uit de kelder haalt, de mand volstouwt met foto's van hemzelf en zijn vrouw, maar alleen die foto's waarop ze elkaar vasthouden en glimlachen, en naar boven vertrekt terwijl hij de dozen met kiekjes over de rand kiepert en ze over de stad laat regenen terwijl hij de gaskraan steeds verder opendraait zodat hij hoger en steeds hoger komt en uiteindelijk verdwijnt.

De elf korte verhalen schampen elkaar steeds weer, de personages kruisen elkaars pad en lopen elkaars levens in en weer uit. Soms helpen ze elkaar, soms vermoorden ze elkaar, soms merken ze de ander niet eens op net zoals in het dagelijkse leven waar de toevalligheden die ons met elkaar verbinden soms verbijsterend zijn en soms heel gewoon en terloops, maar altijd noodzakelijk om het hele plaatje te begrijpen.  

             

Geen opmerkingen:

Een reactie posten