17 feb. 2014

Michael Kumpfmüller - De heerlijkheid van het leven

In het eerste hoofdstuk laat hij de ernstig zieke en afgematte Kafka arriveren in de Duitse badplaats Müritz aan de Oostzee, waar zijn zuster Elli met haar kinderen verblijft. Het is juli 1923.

Na een paar dagen wordt hij er verliefd op Dora Diamant, een vijftien jaar jongere Joodse vrouw die vanaf hun eerste ontmoeting op het strand al voor hem is gevallen. Dora, weggelopen uit een arm en streng orthodox-Joods gezin in Polen, werkt als verzorgster in het kindervakantiehuis van het Jüdische Volksheim, een hulporganisatie voor arme Joden. Ze zal Kafka’s laatste grote liefde worden en de enige vrouw met wie hij, hoe kort ook, heeft samengewoond.



Het verhaal van dat laatste levensjaar wordt in alle soberheid verteld, tot en met het moment waarop de schrijver in een sanatorium buiten Wenen in Dora’s armen sterft en haar ontredderd achterlaat.

De economische crisis en de geldontwaarding maken Kafka’s lijdensweg moeizamer. Een medisch consult kost miljoenen marken, zijn kamerhuur een veelvoud hiervan. Verder gebeurt er niet veel in De heerlijkheid van het leven. Of het moest zijn dat Kafka, een geassimileerde Jood, aan het einde van zijn leven Hebreeuws gaat leren en overweegt naar Palestina te emigreren, net zoals zijn beste vriend en latere, zelfbenoemde literaire schatbewaarder Max Brod.

Juist in die schaarse gebeurtenissen floreert Kumpfmüller. In plaats van de humor uit Hampels Fluchten of de neurotische dynamiek uit Nachricht an alle, kiest hij voor het serieuze pad van de intimiteit van de liefde. En dat doet hij op zo’n indringende en kalme manier, dat het je geen moment onberoerd laat.

Overtuigend laat hij zien hoe twee eenzame mensen elkaar vinden en bij elkaar bescherming en troost zoeken. Aanvankelijk zijn Dora en Franz – door Kumpfmüller ‘de doctor’ genoemd – dankbaar voor het eindelijk gevonden geluk. ‘Ze zitten op het strand verhalen te vertellen over wachten. Ook de doctor heeft zijn halve leven gewacht, tenminste dat is zijn gevoel achteraf, je wacht en gelooft er niet in dat er nog iemand komt, en ineens is precies datgene gebeurd.’

Op zijn kamer in het badpension leest Dora hem voor in het Hebreeuws, waar hij nog maar weinig van bakt, maar toch van geniet. En dan schrijft Kumpfmüller over Dora’s gedachten: ‘Ik zou hier uren naar je kunnen zitten luisteren, zegt hij. Of hij zegt: Ik wil mijn hoofd op je schoot leggen, zodra ik het durf, vraag ik het je.’ Met dat ‘zodra ik het durf’ zet hij de twijfelaar Kafka ontroerend en treffend neer.

Zo ontwikkelt zich een intieme liefdesrelatie, die nergens plat wordt en toch zo ver gaat dat je je bijna een voyeur voelt. Voortdurend legt Franz zijn handen op haar buik, streelt hij haar dikke zwarte haar, ruikt hij aan haar lichaam en jurk. Verder gaat Kumpfmüller niet, seks wordt nergens beschreven. Alles blijft ingetogen en beheerst. En al die tijd is er de ontkenning van die naderende dood, bij beiden tegen beter weten in.

Zijn liefde voor Dora doet Franz beseffen dat hij tot hun kennismaking niet heeft geleefd, terwijl hij weet dat hem nog maar weinig tijd rest. Zijn eerdere liefdesrelaties, met Milena Jesenská en Felice Bauer, waren vooral moeizaam. Bij Dora daarentegen voelt hij zich voor het eerst veilig.

Wanneer Franz haar vooruit reist naar Berlijn, waar ze gaan samenwonen, waant hij zich in Doraland. Hij schrijft haar brieven waarin hij alles van haar wil weten: wat ze aan heeft, hoe haar nacht was, waarover ze met haar vriendinnen spreekt. Het haalt haar uit haar evenwicht, maar ze wil niet anders, omdat ze voelt dat ze bij hem hoort. Kumpfmüller zegt het zo: ‘Ze laat hem bij elke gelegenheid weten dat ze zichzelf pas kent sinds ze bij hem is. Alles heeft liggen sluimeren, alles was voor jou, maar ik kende je niet. Of beter: ik kende je, maar ik wist helaas nooit waar ik je kon vinden, en toen vond ik je op het strand.’

In Berlijn trekken de twee geliefden zich terug op Franz’ huurkamer, waar ze zich verschansen tegen de boze buitenwereld van de prijsstijgingen, de honger, de politieke onrust, de pogroms tegen de arme Joden in het Scheunenviertel, het morele bankroet van de Duitsers. Alsof ook op die manier de naderende dood kan worden afgewend.

Maar die dood laat zich niet verdrijven. De voorbode van het definitieve einde dient zich dan ook aan als Franz zijn manuscripten wil verbranden en zich mislukt voelt, omdat hij zijn halve leven heeft verlummeld.

En dan komt de koorts, waardoor zijn gezicht iets uitstraalt wat Dora niet kent. Op dat moment beseft ze voor het eerst dat ze hem kwijt gaat raken. In zijn beschrijving van haar angst overweldigt Kumpfmüller je als lezer, alsof de dood ineens ook bij jou aanklopt.

Wanneer Franz in het derde en laatste hoofdstuk eerst naar zijn familie in Praag en vervolgens naar een sanatorium vertrekt, blijft Dora aanvankelijk achter in Berlijn. En dan is er weer zo’n ontroerende scène als Franz ondanks haar afwezigheid voortdurend met haar praat en haar tijdens een eenzame wandeling van alles laat zien. Alsof hij dan al de geest is, die hij kort daarna zal worden. Een geest die zijn grote liefde niet wil loslaten, maar uiteindelijk vanuit een innerlijke rust, na het corrigeren van de drukproeven van zijn op de valreep uitgegeven verhalenbundel, zijn lot accepteert en glimlachend sterft.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten