30 apr 2013

Videopresentatie shortlist Gouden Boekenuil 2013

Arnon Grunberg - De man zonder ziekte
 
 
Peter Terrin - Post Mortem
 
 
Oek de Jong - Pier en oceaan
 
 
Marja Vuijsje - Ons kamp
 
 
Tommy Wieringa - Dit zijn de namen
 
 
(bron : canvas.be)
 

23 apr 2013

Ricardo Menéndez Salmón - De corrector

Ricardo Menéndez Salmón is één van de belangrijkste Spaanstalige auteurs van deze tijd, zo getuigen de talrijke literaire prijzen die hij heeft mogen ontvangen voor zijn romans. De corrector is het derde deel van een trilogie over de aantrekkingskracht van het kwaad. Onder het etiket Wereldbibliotheek is dit boekje van 126 bladzijden uitgebracht afzonderlijk van zijn voorgangers en het is als roman( ook perfect leesbaar zonder voorkennis van de twee eerdere romans (De schending en Instorten). Het thema in deze roman is het effect van de terreuraanslagen in Madrid op 11 maart 2004 op het publieke en politieke leven.

Vladimir werkt als corrector aan vertalingen van andere schrijvers. Vroeger was hij zelf schrijver, maar daar is hij met gestopt nadat hij het gevoel kreeg zijn vrijheid te verliezen. Hij wilde geen compromissen sluiten om meer lezers te winnen.

Op 11 maart 2004 zit hij s' ochtends gebogen over Dostojevski's Boze geesten als hij wordt opgebeld door zijn uitgever. Deze vertelt hem over de aanslagen in Madrid die juist hebben plaatsgevonden. In de enkele uren die volgen verschuiven Vladimirs gedachten en gevoelens langzaam van ongeloof naar woede. Geen woede voor de daders, geweld is er altijd geweest in de geschiedenis met macht en religie als belangrijkste drijfveren. Vladimirs woede is gericht naar de politieke klasse die meteen hun zondebok zoeken in het ETA, hoewel deze kort na de aanslagen de beschuldigingen weerlegt.

Buiten op straat valt er echter geen angst of onbehagen waar te nemen. Mensen doen hun dagdagelijkse taken en hoewel ze over de aanslagen praten, blijft het toch eerder een abstracte gebeurtenis, zoals een hongersnood of een aardbeving aan de andere kant van de wereld. Het moet gezegd zijn dat Vladimir niet in Madrid woont, maar in Gijon.

Het drama op tv en talrijke telefoons met zijn uitgever, beste vriend en ouders doet Vladimirs gedachten meanderen over zijn verloren schrijversambities, de relatie met zijn ouders, zijn liefde voor zijn vrouw Zoe en zijn geheime zoon die zich ergens in Australië bevindt. In de zinloosheid van de daden die deze huidige maatschappij stelt, vindt hij de kracht van de liefde om in te schuilen. Een iets te simplistische conclusie voor een voor de rest prima uitgewerkte novelle vol mooie beeldspraak.

22 apr 2013

Boeken van mijn vrouw : Amélie Nothomb - Blauwbaard


Parijs is vol. En de jonge, aantrekkelijke Saturnine is dringend op zoek naar een plek om te wonen. Op een mooie dag vindt ze een advertentie voor een ruime kamer in een appartement in een leuke Parijse wijk en ze stelt zich kandidaat. De eigenaar van het appartement laat zijn keuze op haar vallen. Maar dan blijkt er iets raars aan de hand: Saturnine is de enige kandidaat. Huisbaas don Elemirio Nibal y Milcar is even bizar als zijn naam doet vermoeden. Hij spreekt met nostalgie over de inquisitie en verbiedt haar de toegang tot die ene geheimzinnige donkere kamer in het appartement. Saturnine komt te weten dat don Elemirio is getrouwd met de vorige vrouwelijke huurders, die een voor een zijn verdwenen.

De uiterst succesvolle romans van Amélie Nothomb (Japan, 1967) worden vertaald in meer dan veertig talen. Na haar debuut in 1992 is Nothomb uitgegroeid tot de bekendste hedendaagse Belgische schrijfster met internationale faam.

20 apr 2013

Hanna Bervoets - Alles wat er was






De Nederlandse Hanna Bervoets gaat met haar derde roman de apocalyptische toer op. Ondanks het rampscenario en de ontberingen ligt in Alles wat er was vooral de nadruk op de intermenselijke relaties en het gemis van dagdagelijkse gewoontes.


Een groep mensen bevindt zich op een zondag in een school als ze een knal horen. Via de televisie vernemen ze dat ze binnen moeten blijven en wachten op verdere instructies. Dan valt het scherm uit. Een van de binnengeslotenen slaat op de vlucht en rent een dikke mist in. Ze komt niet meer terug. De anderen leven de instructies na en blijven binnen.

De mensen die zich in de school bevinden zijn niet echt vreemden van elkaar. Een filmploeg kwam een reportage draaien over Joeri, een achtjarige bolleboos, waar ook zijn moeder Natalie en zijn leraar Kaspar bij aanwezig moesten zijn. Als setting werd de school gekozen. De andere aanwezigen zijn de filmploeg en Kaylem, de klusjesman van de school.

Wanneer duidelijk wordt dat ze hier wel een tijd zullen zitten, wordt het gevonden voedsel gerantsoeneerd en beslist men de porties af te bouwen. Er ontstaat een groepsdynamiek waarbij rollenpatronen wegvallen en men aanvankelijk samen slaapt in de gymzaal. Als men later toch de lokalen verdeelt voor meer privacy, wordt men geconfronteerd met de stilte, het geluid van alles wat er niet meer is. Gaandeweg komen er meer ontberingen; het wordt koud, de elektriciteit valt uit, het water stopt met stromen en het eten raakt op.

Ook de communicatie is volledig weggevallen. Het internet en berichten vormen het belangrijkste bewijs van informatie dat er nog anderen zijn. De groep is dan ook op zichzelf aangewezen en komt zo tot verrassend eenvoudige inzichten die ze vergeten waren. Het lange samenzijn resulteert ook in spanningen en achterdocht. Zaken als de verdeling van het werk en een gevonden pillenkoker leiden tot discussies en speculatie. Langzaam wordt duidelijk dat de groep is opgedeeld in twee kampen. De slachtoffers (degenen die op school waren uitgenodigd) en de daders (de filmploeg die de reportage wilde draaien).

Het komt tot een definitieve breuk tussen de twee kampen als Joeri bij een spelletje met Merel van de trap valt. Joeri is er zo erg aan toe dat Natalie besluit samen met Kasper de school te verlaten in de hoop op redding. De overblijvers (de filmploeg en Kaylem) zijn in het begin niet rouwig om het vertrek van de anderen. Zo is er meer voedselvoorraad en meer ruimte, maar al snel ondervinden ze dat je met minder ook minder privacy geniet.

Merel raakt immers verstrikt in een gevaarlijke driehoeksrelatie met Barry en Leo, met Leo als dynamische spilfiguur. Beiden doen ze het met Leo, maar niemand lijkt bereid grote verbintenissen te doen in deze afgesloten wereld met zijn eigen wetten. Toch komt de menselijke natuur bovendrijven en zal jaloezie de overhand nemen. Als Merel zwanger blijkt te zijn moeten er harde keuzes worden gemaakt.

Alles wat er was is opgebouwd uit kleine hoofdstukken uit een dagboek dat Merel bijhoudt. Ze heeft het gevonden in een lessenaar en noteert elke dag haar bevindingen. De roman behandelt de dagen in chronologische volgorde, maar onvolledig en door elkaar geschud. Dit geeft echter geen chaotische indruk en draagt bij aan het langzaam ontrafelen van de verschillende persoonlijkheden en intriges die deze roman verrijken.

18 apr 2013

Stoner in Nederland groter succes dan in Amerika

De roman Stoner van John Williams (1922-1994) is in Nederland een groter succes dan in Amerika. Dat schrijft Victor Schiferli van het Nederlands Letterenfonds: ‘(…) in zes weken zijn er bij ons net zoveel exemplaren verkocht als in Amerika in 47 jaar.’ Williams schreef Stoner in 1965.

Inmiddels zijn er in Nederland 85.000 exemplaren in druk van de roman. Stoner staat al weken in de top van de Bestseller 60.

Uitgeverij Lebowski heeft ook bekend gemaakt dat ze in augustus de tweede roman van Williams, Butcher’s Crossing, op de markt gaat brengen. (bron : boekblad.nl)

16 apr 2013

Adam Johnson wint Pulitzer Prize voor fictie


De Amerikaanse auteur Adam Johnson wint dit jaar de prestigieuze Pulitzer Prize voor fictie. In tegenstelling tot vorig jaar koos de jury een winnaar en de eer viel te beurt aan een veelbelovende schrijver die met zijn prachtige derde roman The Orphan Master's Son de lezer meeneemt op een avontuurlijke reis door het totalitaire Noord-Korea.

13 apr 2013

David Foster Wallace - De bleke koning



















De laatste twee weken ben ik de weer geweest met het lezen van de postume roman van David Foster Wallace, genaamd De bleke koning. Persoonlijk ben ik niet echt gewend om romans van dergelijk kaliber (600 pagina's volledig volgeschreven) te doorworstelen en alleen al het gewicht ervan in mijn handen boezemde me angst in.

De roman was nog niet voltooid toen David in 2008 zelfmoord pleegde. Michael Pietsch nam de onmogelijke taak op zich om uit het nog niet geordende materiaal, dat lag verspreid in Davids werkkamer, een leesbare roman te filteren die de overleden schrijver zou goedkeuren. Gelukkig had de redacteur reeds de nodige ervaring opgedaan met zijn redigeerwerk voor Infinite Jest, Davids grootste en bekendste roman (tot op heden niet vertaald), die hij met moeite tot 1000 pagina's kon inkorten.

Ook De Bleke koning lijkt wel een megalomaan project waarin David Foster Wallace zijn alwetendheid tentoon spreidt en ons verder laat kijken dan we meestal gewend zijn. Al van in het begin van de roman worden we overstelpt met informatie, wanneer we de gedachten volgen van Claude Sylvanshine die in het vliegtuig zit en onderweg is naar Peoria om er te gaan werken op het plaatselijke belastingkantoor. Dit wordt vertaald in een kluwen van hersenspinsels die door elkaar lopen en ook zo zijn neergeschreven.

Net als de schrijfstijl van deze intrigerende roman is ook de vorm complex van aard. Soms krijg je het gevoel dat er verschillende romans zijn samengevoegd. Het eigenlijke verhaal rond de medewerkers op een belastingkantoor in Peoria wordt gestoffeerd met kleine en grotere verhalen vol zwarte humor en bevreemdende situatieschetsen die pas later in de roman verklaard worden. Het lijkt wel of David Foster Wallace zijn lezers uitdaagt om deze roman tot een goed einde te brengen en je onderweg in ongeloof laat dat hij dit daadwerkelijk allemaal heeft weten te schrijven.

Het voorwoord van de schrijver komt er pas met het negende hoofdstuk. Hierin verantwoordt hij zijn roman als de memoires van een loopbaan. Hij beklemtoont dat het hele verhaal non-fictie betreft, door hemzelf ervaren in de dertien maanden die hij op het kantoor heeft doorgebracht. Om zijn studentenlening terug te betalen, kwam hij op deze plek terecht in 1985, een cruciaal jaar met grote veranderingen en interne strijd (het begin van een gecomputeriseerd aanslagsysteem) die tot uiting kwamen in het RCC (regionaal controlecentrum) Midden-West van Peoria. De buitenwereld heeft nooit iets van deze ontwikkelingen en de bijgaande bureaucratie geweten, door de uitermate saaiheid van het onderwerp.

In een hoofdstuk van meer dan 100 pagina's verklaart David Foster Wallace hoe hij bij de dienst is komen te werken. Hij vertelt over zijn jeugd en bijbehorende zondes en de scheiding van zijn ouders. Zijn moeder die een nieuwe seksuele identiteit beleeft en zijn vader die dit maar moeilijk kan verteren. De plotse dood van zijn vader door een tramongeluk is één van de factoren die er toe bijdragen dat de jonge David een aha-erlebnis krijgt en besluit zijn onbezonnen jaren achter zich te laten en te kiezen voor een betrekking waar zijn vader, die boekhouder was, mee zou ingestemd hebben.

Er volgt een minutieus relaas over Davids introductiedag op de dienst die overspoeld wordt met jonge en oudere kandidaat-werknemers. Het verloopt allemaal erg chaotisch, maar David kan hier enigszins aan ontsnappen, omdat hij door een familielid is binnengeleid en een soort voorkeursbehandeling geniet. Of zo denkt hij toch, want in de praktijk is hij het "slachtoffer" van een identiteits-verwisseling.

In een twaalf weken durende opleiding worden de nieuwe krachten klaargestoomd, doch er wordt met geen woord gerept over hoe te vechten tegen de verveling en hoe om te gaan met de uiterste concentratie die het controleren van belastingaangiftes met zich meebrengt, zodat de meeste werknemers na afzienbare tijd zelfs schimmen gaan zien. "Sluit een man op in een ruimte zonder ramen om routinetaken uit te voeren die net lastig genoeg zijn om je verstand erbij te moeten houden, spijker een klok tegen de muur en laat hem alleen met zijn gedachten".

Een buitenstaander zou niet kunnen begrijpen hoe de dienst in Peoria erin slaagt gemiddelde resultaten voor te leggen. De excentrieke personages lijken volledig in beslag te zijn genomen door hun neuroses (David Cusk met zijn angst voor transpiratie of de eerder genoemde Claude Sylvanshine die constant allerlei nutteloze informatie doorkrijgt als een medium). De groepsmanager Gary Manshardt neemt zelfs regelmatig zijn nijdig kijkende baby mee naar het werk. De directeur, Dewitt Glendennig, bijnaam de bleke koning, geniet wel het aanzien binnen de dienst, maar iedereen weet dat de echte sterke man Leonard Stecyk is die in de praktijk veel moeilijke taken van zijn baas opknapt.

Om te verpozen na een week hard werk frequenteert het personeel de lokale bars waar soms intieme gesprekken ontstaan tussen botsende persoonlijkheden. In de wandelgangen is het vaak een en al frivoliteit met gesprekken over strontervaringen (letterlijk te nemen) en waaraan je denkt als je masturbeert. David Foster Wallace biedt ons zo een nederige blik op de kleine besognes van het personeel dat in Peoria de dienst uitmaakt.

Als rake observator die de voorgrond schuwt, schetst hij zijn herinneringen aan collega's en gebeurtenissen tijdens zijn dertien maanden op de dienst. Waarom hij daar maar dertien maand heeft gewerkt en in welke omstandigheden hij is vertrokken wordt niet beantwoord, net zoals er een einde ontbreekt aan dit verhaal. Michael Pietsch vond nog talrijke aantekeningen die elkaar echter tegenspraken, zodat het onmogelijk blijkt om de roman nog verder te reconstrueren. Ook de intrige waarbij men de heerschappij van de bleke koning wou omverwerpen, blijft zo onuitgewerkt.

De bleke koning is een vaak zwaar verteerbare roman met breed uitwaaierende zinnen vol moeilijke woorden en specifieke termen, veelvuldig gebruik van voetnoten en een mistgordijn aan feiten, wat het moeilijk maakt door het bos de bomen te zien. Toch kunnen bepaalde stukken je echt raken en wordt je meegenomen in filosofische mijmeringen en markante situaties. David Foster Wallace bevestigt met deze nalatenschap een van de grootste Amerikaanse schrijvers van zijn generatie te zijn.

(afbeelding : cobra.be)

10 apr 2013

Wieringa, Murakami, Houellebecq en Russell op shortlist IMPAC award

Russell-KarenMurakami

International IMPAC Dublin Literary Award
 
De shortlist voor de International IMPAC Dublin Literary Award 2013 is bekendgemaakt. Op de lijst staan tien schrijvers afkomstig uit diverse hoeken van de wereld.

Het unieke aan deze onderscheiding is de grote geldprijs die eraan verbonden is (€100.000) en de manier waarop de genomineerden gekozen worden. Bibliotheken van over de hele wereld krijgen immers de kans om hun favoriete werk te kiezen.

Bij de gelukkigen is dit jaar de Nederlandse auteur Tommy Wieringa, die nu ook buiten het Nederlandstalige gebied hoge ogen gooit. Hij werd met zijn roman Caesarion geselecteerd. Daarnaast werden gevestigde waarden als Haruki Murakami met 1Q84 en Michel Houellebecq met De kaart en het gebied gekozen. Karen Russel is verrassend genoeg met haar debuutroman  Swamplandia! ook uitverkozen.

De voorwaarde voor een selectie is dat de roman in kwestie in het Engels geschreven of vertaald is. Als het winnende boek een vertaling is, wordt de geldprijs verdeeld: de auteur krijgt dan €75.000 en de vertaler €25.000.

De winnaar wordt op 6 juni 2013 gekozen door een jury van schrijvers. Dan weten we wie zich aansluit bij eerdere winnaars als Orhan Pamuk en Herta Müller. (bron : knack.be)

1 apr 2013

Nieuwe roman Haruki Murakami breekt records in voorverkoop

 
De voorverkoop voor Haruki Murakami's nieuwe roman die op 14 april in Japan zal verschijnen loopt als een trein. Murakami hult zich altijd in stilzwijgen als er een nieuwe roman staat te verschijnen en ook nu is er niet veel bekend. De titel van de roman is Shikisai or motanai to Tsukuru Tasaki, Kare Junrei no toshi no (Colorless Tasaki Tsukuru and the year of his pilgrimage), en zal 376 pagina's tellen. Over de verhaallijn is enkel geweten dat het iets volledig anders zal zijn dan zijn laatste epos 1q84. De vertaling van deze nieuwe roman naar het Engels zal ongeveer een jaar op zich laten wachten. (bron: japandailypress.com)